1816; Eerste ijkwet

1969; Herziening wet en IJkwezen

1969 - 1978; Kennisbundeling

1978; EG-samenwerking

1988; Verzelfstandiging

1989; IJkbevoegden en samenwerking in toezicht

1993; "Nieuwe aanpak" niet-automatische weegwerktuigen

1997; EG-Notificatie IJkwet

1998; Afschaffing herijk massastukken

2004; Totstandkoming MID

2006; Metrologiewet van kracht
1988; Verzelfstandiging
pagina afdrukken

De door de Commissie van Consumentenaangelegenheden in 1970 geschetste ontwikkelingen hebben niet die vlucht genomen die men zich er van had voorgesteld. Niet alleen bleef de ontwikkeling van de geschetste nieuwe gebieden uit (met uitzondering van de Nederlandse Kalibratie Organisatie), maar zelfs de traditionele taken van het IJkwezen kwamen onder druk te staan van bezuinigingsoperaties.

 

In het begin van de jaren tachtig kwamen fundamentele discussies op gang over de taken welke noodzakelijkerwijze door de overheid zouden moeten worden uitgevoerd en welke taken konden worden geschrapt of afgestoten (verzelfstandiging van overheidsdiensten al dan niet gepaard gaande met privatisering, d.w.z. uitvoering aan het bedrijfsleven overlaten). Voorbeelden zijn de Dienst van de Waarborg, de PTT, energiebedrijven enzovoorts. Ook het IJkwezen werd onder de loep genomen.

 

Daarop besloot het kabinet in december 1984 tot verzelfstandiging van de Dienst van het IJkwezen. Het duurde nog tot het najaar van 1988 voordat de Eerste Kamer akkoord ging. Maar toen per 1 mei 1989 de IJkwet werd gewijzigd was de verzelfstandiging een feit.

 

Voorzieningen werden getroffen voor de oprichting van het Nederlands Meetinstituut NV en aansluitend de oprichting van de drie werkmaatschappijen: Van Swinden Laboratorium B.V. (VSL), IJkwezen B.V. (voorheen Dienst van het IJkwezen), en Test- en Adviescentrum B.V. (TAC). Enige fiscale voorzieningen waren nodig, evenals personele en andere maatregelen.