| 1969; Herziening wet en IJkwezen |
In de jaren na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de maatschappij zich snel en veelzijdig. Er werd een bijzonder groot aantal veelsoortige meetmiddelen in gebruik gekomen. Daarom werd het tijd zich te bezinnen over de IJkwet en de organisatie van het IJkwezen.
Er werd een breed samengestelde “Commissie herziening IJkwet" ingesteld door de toenmalige minister van Economische Zaken. In deze commissie zaten naast vertegenwoordigers van het ministerie en de Dienst van het IJkwezen ook vertegenwoordigers van het ministerie van (toen nog geheten) Sociale Zaken en Volksgezondheid, van de wetenschap, van het bedrijfsleven (handel en industrie) en van de consumentenorganisaties.
Deze "Commissie herziening IJkwet" bracht in 1962 een rapport uit met adviezen ten aanzien van:
Mede naar aanleiding van de uitgebrachte adviezen kwam een wijziging van de IJkwet tot stand die op 1 januari 1969 van kracht werd.
De aangepaste IJkwet nam het breed maatschappelijk nut in aanmerking (niet alleen het consumentenbelang, maar ook het belang van handel, industrie, volksgezondheid, veiligheid, wetenschap, enzovoorts). Elk meetmiddel kon onder overheidstoezicht worden gebracht als de noodzaak daartoe was vastgesteld. Er was aandacht voor de kostentechnische gevolgen van de wet voor de praktijk. De wet moest eerlijke metingen waarborgen, maar verloor de efficiëntie niet uit het oog.
De overheid beschikte hierrmee over een nuttig instrument, zowel voor een beleidsvoering in de economische sector, als ook voor de beleidsvoering in de andere sectoren van het maatschappelijke verkeer. En omdat deze nieuwe wet veel flexibeler was, werd ook voor de toekomst het voeren van een up-to-date beleid op metrologisch gebied mogelijk gemaakt.
![]() | ||||||
| |
||||||