| 1816; Eerste ijkwet |
De eerste landelijke en wettelijke richtlijn voor het verplichte gebruik van een meeteenheid in Nederland dateert uit 1816. Toen werd namelijk de eerste IJkwet met betrekking tot eenheden, standaarden en meetmiddelen opgesteld. Ze diende voornamelijk als waarborg voor een eerlijk handelsverkeer en trad in 1820 in werking.
Eén van de hoofdpunten in deze wet was dat het metrieke stelsel met tiendelige verdeling verplicht werd gesteld voor het gehele land. Maten zoals de duim, de el en de voet werden vervangen door de meter en mochten officieel in het handelsverkeer niet meer worden gebruikt.
Het toezicht op deze wet was in handen van stedelijke ijkers (ieder met een eigen ijkmerk).
In de eerste helft van de 19e eeuw kwamen vervolgens vele op deze wet gebaseerde Koninklijke Besluiten tot stand, met aanvullende regelingen op metrologisch gebied, gericht op de vervaardiging en het gebruik van metrieke meetmiddelen.
Pas in 1875 werd een wereldwijd verdrag, de Meterconventie, gesloten om te komen tot een internationaal stelsel van meetstandaarden.
1869; Verplichte keuring
De verplichte keuring van gasmeters en weegwerktuigen werd in 1869 ingevoerd bij het in werking treden van een nieuwe IJkwet. Bovendien werd het toezicht op de IJkwet overgenomen door landelijke inspecteurs, zodat de stedelijke ijkers overbodig werden.
Met de benoeming van landelijke inspecteurs, kwam een zekere vorm van landelijke coördinatie en organisatie tot stand. Deze heeft later geleid tot de organisatie van de Dienst van het IJkwezen. Elke vestiging van de dienst stond onder leiding van een ijker (die de titel ‘Directeur van de IJkkring’ kreeg). De Dienst van het IJkwezen zelf werd geleid door een hoofddirecteur. Het IJkwezen was verdeeld in twee divisies: ‘Standaardenbeheer’ en ‘Uitvoering IJkwet’.
De keuringsverplichting voor weegwerktuigen verviel weer in 1882. Dat bleef zo tot de herziening van 1937.
1937; Uitbreiding
Bij de IJkwet 1937 (Stb. 627) werd de verplichte ijkkeuring van weegwerktuigen opnieuw ingevoerd. Ook werden de meetmiddelen voor lengte-, oppervlakte- en volumemeting onder de werking van de IJkwet gebracht.
Ondanks deze uitbreiding bleef de IJkwet nog maar een klein deel van het grote metrologische terrein bestrijken. Slechts twee van de zes (nu zeven) fysische grondeenheden waren in de Wet vastgelegd, te weten de meter en het kilogram. Ook beperkte de wet zich vrijwel uitsluitend tot het handelsverkeer.
![]() | ||||||
| |
||||||